Berichten

Ik ben niet de allergrootste fan van GeenStijl, maar ze hebben wél een heel mooi filmpje gemaakt over ‘kunst’ (min -ns-).

Volgens ‘kunstenares’ (ja, tussen aanhalingstekens) Tinkebell is de basisregel:
“Wanneer een kunstenaar iets tot kunst benoemt, dan is het kunst.”

Daar heb je het al. Wat is er nu makkelijker dan dat?

Ik ben goed in klunzen, klungelen, knutselen en prutsen.
Ik noem mijzelf voor het gemak even ‘kunstenaar’ (zonder -l- dit keer).
Ik zet een bak sla op tafel.
Ik zeg: “DAT is kunst.”
En hoppa, mijn bak sla is kunst!
Daar gaat je geld. Komt u maar door met de biljetjes. Want: kunst!

Laten we even een ander voorbeeldje nemen. Ik noem mijzelf nu niet kunstenaar, maar metselaar. Ik kwak een paar stenen op elkaar met behulp van een beetje modder. Ik zeg: “Dat is een muur!”
Dus is nu het een muur? Kom op zeg…

Oh, de ironie. Met die kwakzalvende ‘basisregel’ maakt iedere kunstenaar per definitie zijn eigen werk waardeloos. Daarom noem ik mijn werk Klunst. Want dat is het. En dat blijft het.

Enfin. Een filmpje. Over in context gepropte biggetjes op sterk water, witte vlakken met een stukje spaanplaat, en kunstig kakelende kippen. Kut…

De ‘onderbokse’ is een creatie van de versleten herenonderbroek, zorgvuldig gecombineerd met een staande IKEA-lamp. Het gat wordt door de uitgekiende belichting naar de voorgrond gehaald, waardoor de dramaturgie van de weggooimaatschappij met subtiele opzet geïllustreerd wordt.

Deze fotoklunst is doelmatig verticaal geïnverteerd, zodat de aanschouwer zich er mogelijk in kan herkennen: twee ogen, een neus en een… gat.

Bron: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

Een smeuïge gastcolumn (weliswaar al wat ouder, uit 2011) van Luuk Koelman. Over de kunstfilosofische onzin die uitgekraamd wordt bij het zien van wat men zo graag ‘moderne kunst’ noemt. Natuurlijk ook te vinden op zijn eigen site koelman.com.


Pindakaas omdat het moet

Gisteren was ik in museum Boijmans van Beuningen om daar de roemruchte 4 bij 14 meter grote Pindakaasvloer van Wim T. Schippers te bewonderen. Het museum kocht de creatie aan voor 100.000 euro.

Bron: eigen foto Klunst.nl (LB)

Maandag stapte een argeloze bezoeker er per ongeluk in. Toen stonden er plots twee voetstappen in de pindakaas. De onverlaat moest een fikse boete betalen. En terecht. Aan kunst hangt nu eenmaal een prijskaartje.

Inmiddels is alles weer netjes gladgestreken. Gelukkig maar, want de Pindakaasvloer is het mooiste en meest indrukwekkende kunstwerk dat ik ooit heb gezien. Fenomenaal. Wie nu roept “dat is geen kunst, dat is pindakaas,” moet echt zelf gaan kijken. Je zal ervaren hoe Wim T. Schippers met zijn Pindakaasvloer niets minder dan de werkelijkheid op het spel zet. Het grijpt je naar de strot.

Dit enorme werk verraadt de diepte die eraan ten grondslag ligt, maar laat even zozeer ruimte open voor interpretatie. Vooral de onomkeerbaarheid ervan maakt grote indruk. “Het raffinement van het alledaagse,” fluister ik tegen een artistiek uitziende dame. Zij knikt, want net als ik weet zij: kunst moet zich verhouden tot de wereld. En dan die geur! Ik kijk met mijn ogen dicht. De Pindakaasvloer ademt vooral onschuld. Troost. Herkenning. Vragen doemen op. Is het de werkelijkheid die hier gedijt? Of toch de fantasie?

Terwijl ik voorzichtig om de Pindakaasvloer loop, bekruipt mij een gevoel van ontheemding. Wroeging, eenzaamheid, berusting, ja, zelfs verslagenheid. Maar tegelijkertijd is daar die robuustheid. De gemalen pinda’s, vertaald in een strakke, bijna meedogenloze vlakte. Vorm, onneembaar als een vesting. Alles gevangen in één scandaleus beeld. De Pindakaasvloer als het vrije domein van de kunstenaar – en tegelijk is het een omsloten ruimte. Dat werkt vervreemdend.

Uiteindelijk, zo lijkt de kunstenaar ons te willen vertellen, draait alles om de afgeleide emotie. Starend naar deze Pindakaasvloer, worstelt de toeschouwer met zijn eigen identiteit. De kracht van het kwetsbare, want kunst gaat altijd over transformatie. Hoeveel bewustzijn kan een mens verdragen? Immers, zonder kunst geen leven, want al scheppende houd je de dood op afstand. Ja, wie zich door deze bijna sacrale Pindakaasvloer dúrft te laten ontroeren, weet: dit werk heeft eeuwigheidswaarde. En dat allemaal voor slechts 100.000 euro. Een koopje.


NB: Het concept voor het pindakaasvloerproject kostte uiteindelijk €30.001 euro. Dat was echter voor het concept alleen: de uitvoering, het materiaal, de k(l)unstenaarstijd, het ‘onderhoud’ (na erdoorheen banjerende klunzen, die voor hun stommiteit grof moesten betalen) en het opruimen niet inbegrepen. Ludiek blijft het. Zowel het project als de kosten ervan.

“Dat kan toch iedere driejarige?”

Dat is een graag gedane uitspraak als je in een museum of gallery met moderne kunst komt. Ik denk het zelf ook continu. Op het antwoord hoef je niet lang te wachten: “Maar een driejarige deed het niet. De kunstenaar wel.” (zoals ook in het kinderboek van Miriam Elia te lezen is).

Wel, driejarigen doen het wél! Neem bijvoorbeeld de kleine Puk (3). In 2012 plantte Sander Roks (Vice) de uk in het Amsterdams Stedelijk Museum, met een bak krijtjes en papier. Maak maar eens een paar replica’s, knulletje! En dat deed hij.

Sommig gekluns weigerde Puk te repliceren, wegens ‘te lelijk’. Ik snap dat helemaal. Puk zette ook een krijtstreep op de muur, die door museumbezoekers prompt als kunst werd geïdentificeerd.

Foto’s van Puk en zijn waardevolle, prachtige klunstzinnige uitingen: >> hier << (vice.com)

Zo zie je maar: kunst is werkelijk geen kunst.
Een driejarige kan het inderdaad.
En doet het ook.

Samengevat: als je er maar voor zorgt, dat je de eerste bent met je klunstzinnige uitingen (of streepje op de muur), is het helemaal goed. Het zal gewaardeerd worden.

En dat is wat Klunst doet: trachten met veel gekluns creatieve objecten en visuele uitspattingen te produceren, die nog niet eerder uitgespat (of uitgespuugd) zijn. En daarom schoppen we er lekker tegenaan.

Wat nou kunst?
Klunst!

Bron: pixabay