Berichten

Bron: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

Ach…

Een staaltje fotoKlunst van de bovenste plank: StreetfArt!

Iedereen, mens en dier, draagt gewild of ongewild bij tot alledaagse, intense culturele manifestaties. U ziet het: de klunst ligt gewoon op straat!


1) Unhappy balloon

Bron: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

De vervlogenheid van gelukkiger tijden, gevisualiseerd door een ‘Happy Birthday’-ballon, achteloos achtergelaten in de goot van een provinciale weg.


2) Teerdrops

Bron: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

Druppels. Geen regen. Witte strepen. Geen sneeuw. De permanentie lijkt gegeven, maar zelfs de vergankelijkheid en willekeurigheid van deze slordig gedrapeerde straatstrepen is evident.


3) Streepje voor

Bron: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

Het leven na de vluchtheuvel toont een compilatie van oude bekende vormen en spreekt voor de hedendaagse beeldtaal. Deze foto combineert het oude (de dunne lijnen links en rechts) met het nieuwe (de dikke, heldere strepen). Toen was het vijf uur en gingen de straatstrepenmakers naar huis.


4) Disparallelle Lineariteit 

Bron: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

De beeldtaal van deze foto is van gigantische proporties. Het afgedankte stuk hek – alias aanplakbord – heeft een uitgesproken no-nonsense karakter, dat op lichtvoetige wijze met soms tegenstrijdige elementen (en wat gras) verbonden wordt.


5) Mind the gap

Bron: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

Dit is een juweeltje, al zeg ik het zelf. De donkere lijnen, die het toucheren van de stinkende put koste wat ’t kost vermijden. Ze huiveren, besnuffelen de perfect ronde rand, om vervolgens tot terughoudendheid gedwongen te worden. De letters WN completeren het geheel. Alsof ze roepen: “Wat Nou!”


6) No smoking

Bron: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

Een weggeworpen, intacte, onverlichte sigaret. Hier zit een verhaal achter. Zo mogelijk van een individu dat tijdens zijn laatste levenswandeling alsnog besloot te stoppen met roken, om vervolgens dood om te vallen. We zullen het nooit weten.


Ooit bloeide zij zo prachtig. Tot de verzengende zon op haar bladeren blikte. Eraan likte. En ze verbrandde.

Met verbrande randen
kan zelfs een wilde tulp
in de goot des levens belanden.

Of zoiets.


Toegift (geen tulp, wel uitgebloeid)


bron van alle foto’s: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

 

Ik ben niet de allergrootste fan van GeenStijl, maar ze hebben wél een heel mooi filmpje gemaakt over ‘kunst’ (min -ns-).

Volgens ‘kunstenares’ (ja, tussen aanhalingstekens) Tinkebell is de basisregel:
“Wanneer een kunstenaar iets tot kunst benoemt, dan is het kunst.”

Daar heb je het al. Wat is er nu makkelijker dan dat?

Ik ben goed in klunzen, klungelen, knutselen en prutsen.
Ik noem mijzelf voor het gemak even ‘kunstenaar’ (zonder -l- dit keer).
Ik zet een bak sla op tafel.
Ik zeg: “DAT is kunst.”
En hoppa, mijn bak sla is kunst!
Daar gaat je geld. Komt u maar door met de biljetjes. Want: kunst!

Laten we even een ander voorbeeldje nemen. Ik noem mijzelf nu niet kunstenaar, maar metselaar. Ik kwak een paar stenen op elkaar met behulp van een beetje modder. Ik zeg: “Dat is een muur!”
Dus is nu het een muur? Kom op zeg…

Oh, de ironie. Met die kwakzalvende ‘basisregel’ maakt iedere kunstenaar per definitie zijn eigen werk waardeloos. Daarom noem ik mijn werk Klunst. Want dat is het. En dat blijft het.

Enfin. Een filmpje. Over in context gepropte biggetjes op sterk water, witte vlakken met een stukje spaanplaat, en kunstig kakelende kippen. Kut…

De ‘onderbokse’ is een creatie van de versleten herenonderbroek, zorgvuldig gecombineerd met een staande IKEA-lamp. Het gat wordt door de uitgekiende belichting naar de voorgrond gehaald, waardoor de dramaturgie van de weggooimaatschappij met subtiele opzet geïllustreerd wordt.

Deze fotoklunst is doelmatig verticaal geïnverteerd, zodat de aanschouwer zich er mogelijk in kan herkennen: twee ogen, een neus en een… gat.

Bron: © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

Een smeuïge gastcolumn (weliswaar al wat ouder, uit 2011) van Luuk Koelman. Over de kunstfilosofische onzin die uitgekraamd wordt bij het zien van wat men zo graag ‘moderne kunst’ noemt. Natuurlijk ook te vinden op zijn eigen site koelman.com.


Pindakaas omdat het moet

Gisteren was ik in museum Boijmans van Beuningen om daar de roemruchte 4 bij 14 meter grote Pindakaasvloer van Wim T. Schippers te bewonderen. Het museum kocht de creatie aan voor 100.000 euro.

Bron: eigen foto Klunst.nl (LB)

Maandag stapte een argeloze bezoeker er per ongeluk in. Toen stonden er plots twee voetstappen in de pindakaas. De onverlaat moest een fikse boete betalen. En terecht. Aan kunst hangt nu eenmaal een prijskaartje.

Inmiddels is alles weer netjes gladgestreken. Gelukkig maar, want de Pindakaasvloer is het mooiste en meest indrukwekkende kunstwerk dat ik ooit heb gezien. Fenomenaal. Wie nu roept “dat is geen kunst, dat is pindakaas,” moet echt zelf gaan kijken. Je zal ervaren hoe Wim T. Schippers met zijn Pindakaasvloer niets minder dan de werkelijkheid op het spel zet. Het grijpt je naar de strot.

Dit enorme werk verraadt de diepte die eraan ten grondslag ligt, maar laat even zozeer ruimte open voor interpretatie. Vooral de onomkeerbaarheid ervan maakt grote indruk. “Het raffinement van het alledaagse,” fluister ik tegen een artistiek uitziende dame. Zij knikt, want net als ik weet zij: kunst moet zich verhouden tot de wereld. En dan die geur! Ik kijk met mijn ogen dicht. De Pindakaasvloer ademt vooral onschuld. Troost. Herkenning. Vragen doemen op. Is het de werkelijkheid die hier gedijt? Of toch de fantasie?

Terwijl ik voorzichtig om de Pindakaasvloer loop, bekruipt mij een gevoel van ontheemding. Wroeging, eenzaamheid, berusting, ja, zelfs verslagenheid. Maar tegelijkertijd is daar die robuustheid. De gemalen pinda’s, vertaald in een strakke, bijna meedogenloze vlakte. Vorm, onneembaar als een vesting. Alles gevangen in één scandaleus beeld. De Pindakaasvloer als het vrije domein van de kunstenaar – en tegelijk is het een omsloten ruimte. Dat werkt vervreemdend.

Uiteindelijk, zo lijkt de kunstenaar ons te willen vertellen, draait alles om de afgeleide emotie. Starend naar deze Pindakaasvloer, worstelt de toeschouwer met zijn eigen identiteit. De kracht van het kwetsbare, want kunst gaat altijd over transformatie. Hoeveel bewustzijn kan een mens verdragen? Immers, zonder kunst geen leven, want al scheppende houd je de dood op afstand. Ja, wie zich door deze bijna sacrale Pindakaasvloer dúrft te laten ontroeren, weet: dit werk heeft eeuwigheidswaarde. En dat allemaal voor slechts 100.000 euro. Een koopje.


NB: Het concept voor het pindakaasvloerproject kostte uiteindelijk €30.001 euro. Dat was echter voor het concept alleen: de uitvoering, het materiaal, de k(l)unstenaarstijd, het ‘onderhoud’ (na erdoorheen banjerende klunzen, die voor hun stommiteit grof moesten betalen) en het opruimen niet inbegrepen. Ludiek blijft het. Zowel het project als de kosten ervan.

‘Smoley’ – © Klunst.nl (klunstenaar: Lou Bartels)

Productiedatum: 02 mei 2017
Productietijd: 1 uur + ca. 30 minuten
Prijs: n.o.t.k. (maar duur, wegens noodzakelijke compensatie voor geleden smarten)


Materiaal:
Oude lijst (afvalcentrum), op straat verzamelde sigarettenpeuken, 1 moody minisigaar, acrylverf, acryllak (voor de lijst), lijmpistool.

Over dit klunstwerk:
De prijs voor de productie van dit klunstwerk was erg hoog. Allereerst vergde het enige moed en schaamteloosheid om de lachende blikken van omstanders tijdens het peuken verzamelen te trotseren. Twee mensen bedankten mij zelfs oprecht voor het ‘goede werk’ dat ik verrichte: de straat peukvrij maken. Mijn handen stonken, mijn auto stonk, alles stonk.

Daarnaast heeft dit schilderij mij enige pijn in de vorm van een fikse brandwond op mijn linkerpink opgeleverd, aangezien sommige peuken zich erg slecht lieten lijmen wegens gering formaat (opgerookt, wie doet dat nou) en verregaande staat van ontbinding.

Tevens leden wij onder een lang nahangende stank van oude peuken in de keuken (ik heb geen atelier; ik ben immers slechts klunstenaar), iets wat mijn kinderen mij niet in dank afnamen.

Dit klunstwerk is echter perfect voor de stoppende roker. Het stinkt namelijk een uur in de wind, ondanks de vernislaag en de absoluut noodzakelijke glasafdekking. Wilt u stoppen? Ruikt u aan deze klunst en u weet weer waarom.

Deze klunstvorm getuigt van esthetiek: de perfecte rondingen, gecreëerd met overduidelijke lijmpistoolexpertise (wij laten de brandwond in deze even buiten beschouwing). Het klunstwerk bevat tevens een slechts kort getrokken moody, een mini-sigaartje. Mocht u een terugval hebben, kunt u het glas kapotslaan en de moody oproken. Let u overigens ook op de details in de ogen van de Smoley: excellent vormgegeven mentholsigaret-klikknopjes!

Koopt u alstublieft dit schilderij. Dan ben ik er vanaf.

Smole!

‘Smoley’ – Detail (Bron: © Klunst.nl)

‘Smoley’ – Detail (Bron: © Klunst.nl)

‘Auw’ (Bron: © Klunst.nl)

‘Smoley’ – © Klunst.nl


Of je maakt er een sjaal van:
http://nos.nl/op3/artikel/2175639-deze-sjaal-is-gemaakt-van-10-000-festivalpeuken.html

‘Koei’ (Stier) – © Klunst.nl (klunstenaars: Lou Bartels + dochter)

Productiedatum: onbekend (ergens in 2016)
Productietijd: onbekend (geschatte 2 uur, vanwege gekluns van samenwerkingspartner)
Prijs: —niet te koop—


Materiaal:
Knutselpakket ‘maak een koe’ (gips, staaldraad, vormballonnetjes), acrylverf

Over dit klunstwerk:
De ‘Koei’ was het gevolg van een verjaardagscadeautje en ontaardde in een samenwerkingsverband tussen een klunstenares en haar dochter (toen 10). De omgang met gips verliep niet zoals gewenst, wat resulteerde in de gevleugelde uitspraak: “Nou, dan doe JIJ het maar lekker!” En zo geschiedde.

Helaas ontbraken uiteindelijk de uiers, waardoor Koei – oh verrassing – een stier bleek te zijn. De dochter heeft het project met haar acrylverf-klunst gecompleteerd.

Het klunstproject ‘Koei’ illustreert op perfecte wijze de hobbels die genomen moeten worden om de samenwerking tussen volwassene en kind toch te laten resulteren in een herkenbaar, maar toch lieflijk klungelig object. Geniet u vooral van de rondingen, de uitmuntend geplaatste zwarte vlekken en de transparantie van de melkorganen.

‘Koei’ (Stier) – © Klunst.nl (klunstenaars: Lou Bartels + dochter)

“Dat kan toch iedere driejarige?”

Dat is een graag gedane uitspraak als je in een museum of gallery met moderne kunst komt. Ik denk het zelf ook continu. Op het antwoord hoef je niet lang te wachten: “Maar een driejarige deed het niet. De kunstenaar wel.” (zoals ook in het kinderboek van Miriam Elia te lezen is).

Wel, driejarigen doen het wél! Neem bijvoorbeeld de kleine Puk (3). In 2012 plantte Sander Roks (Vice) de uk in het Amsterdams Stedelijk Museum, met een bak krijtjes en papier. Maak maar eens een paar replica’s, knulletje! En dat deed hij.

Sommig gekluns weigerde Puk te repliceren, wegens ‘te lelijk’. Ik snap dat helemaal. Puk zette ook een krijtstreep op de muur, die door museumbezoekers prompt als kunst werd geïdentificeerd.

Foto’s van Puk en zijn waardevolle, prachtige klunstzinnige uitingen: >> hier << (vice.com)

Zo zie je maar: kunst is werkelijk geen kunst.
Een driejarige kan het inderdaad.
En doet het ook.

Samengevat: als je er maar voor zorgt, dat je de eerste bent met je klunstzinnige uitingen (of streepje op de muur), is het helemaal goed. Het zal gewaardeerd worden.

En dat is wat Klunst doet: trachten met veel gekluns creatieve objecten en visuele uitspattingen te produceren, die nog niet eerder uitgespat (of uitgespuugd) zijn. En daarom schoppen we er lekker tegenaan.

Wat nou kunst?
Klunst!

Bron: pixabay

‘Durchbruch’ – © Klunst.nl (Klunstenaar: Lou Bartels)

Productiedatum: 02 mei 2017
Productietijd: ca. 20 minuten
Prijs: n.o.t.k. (ik heb nog een nieuw Duits woordenboek nodig. Of 5 pakken hagelslag XL, ook fijn)


Materiaal:
1 oude lijst (afvalcentrum) met foeilelijk bloemetjesschilderij, pagina’s 163 en 165 uit het boek ‘Deutsche Rechtschreibung’ (1969), piepschuim, acrylverf, lijmpistool

Over dit klunstwerk:
Dit klunstwerk heet niet voor niets ‘Durchbruch’: Het is de natte droom van iedere (nog niet) gevierde Klunstenaar met lichte nevenambities tot schrijven, namelijk: doorbreken (als het kan, bij ’t leven. En anders maar dood). Maar waarom dan het Duitse woord voor ‘doorbraak’, zult u zich afvragen. Wel, voor het klunstijdperk was er het schooltijdperk. En toen bestond die natte droom voor elke puberende scholier vanzelfsprekend uit het eindelijk eens correct schrijven van Duitse woorden.

Enfin, het doorbroken piepschuim illustreert perfect alle in het leven gewenste doorbraken, met name die van de klunstenaar zelf. De lelijkheid van de gereliëfde bloemen die het schilderij oorspronkelijk ontsierden, is op uiterst subtiele wijze behouden door er witte acrylverf met een roller overheen te klunstelen. Het geeft nét dat beetje jus aan een verder droge materie. Helaas droogde de verf redelijk snel op.

‘Durchbruch’ – © Klunst.nl (Klunstenaar: Lou Bartels)

Bron: © Klunst.nl

Bron: © Klunst.nl

Bron: © Klunst.nl